Beweging, zitgedrag en schermtijd
Bewegen, lang stilzitten en ontwikkeling
Beweging, zitgedrag en schermtijd
Bewegen, lang stilzitten en ontwikkeling

Bewegen, lang stilzitten en ontwikkeling

2-5 jaar

De meeste kinderen doet het goed om dagelijks te bewegen en zich goed uit te leven. Dat kan door te variëren in spelletjes waarbij je kind kan lopen, werpen en vangen, trekken, klauteren en springen. In de tuin of op een nabijgelegen speelpleintje lukt dat meestal beter dan binnen. Probeer bijvoorbeeld ook om je kleuter op tijd uit de wandelwagen te halen bij je dagelijkse tochtje naar de winkel of naar school. Vanaf 3 jaar laat je de buggy beter thuis. 

Kinderen op deze leeftijd zijn leergierig en worden graag betrokken bij je dagelijkse activiteiten in en om het huis. Je kan ze leuke taakjes geven, bv. groentjes en bloemen zaaien en verzorgen, als je de was weg legt, de boodschappen op hun plaats legt, … En ze genieten natuurlijk extra als je nadien even vrij maakt voor een kwartiertje verstoppertje spelen of even springen op het bed.

Kinderen worden ook op deze leeftijd, en zelfs al jonger sterk aangetrokken door beeldschermactiviteiten. Ze kunnen soms vlotte rmet de televisie en iPad overweg dan mama en papa. Er zijn wel voordelen op te noemen om kinderen hier kennis mee te laten maken, maar leer hen ook van jongs af aan dat dit maar één facet is van leren, kiezen en ontwikkelen.  

6-11 jaar

Net als kleuters zijn de meeste kinderen in de lagere school graag in beweging: buiten spelen, skeeleren, fietsen, gaan zwemmen, …

Vanaf de lagere school (soms al vroeger) starten veel kinderen ook met georganiseerde bewegingsactiviteiten. Ze gaan naar de sportclub of jeugdbeweging. Geef je kind echter voldoende tijd en kansen om de algemene vaardigheden onder de knie te krijgen voor ze 1 sporttak te kiezen. Tot 8 jaar is de ontwikkeling van basisvaardigheden (lopen, werpen en vangen, trekken, heffen, springen,…) en het aanbieden van een ruim bewegingsprogramma van groter belang dan meteen te focussen op 1 specifieke sport. Wanneer je kind een sport kiest, kan je hem wel begeleiden in zijn keuze.

Een goede keuze is belangrijk. Een kind zal een activiteit maar volhouden als hij er ook echt plezier aan beleeft en door zijn/haar ouders gesteund wordt. Meer lezen: praktische steun en emotionele steun. Kinderen van deze leeftijd die hun ouders regelmatig zien genieten van fietsen, wandelen, tuinieren of sporten, zullen meestal zelf ook actiever zijn.

In de lagere school neemt schermtijd (tv, games, computer en smartphone) een groeiend deel van de tijd in beslag bij kinderen. Probeer schermgebruik te beperken en te zoeken naar een gezond evenwicht tussen deze zittende bezigheden en meer actief spel en sport. Kinderen hebben de stimulans van hun ouders soms nodig om de vele leuke, zinvolle alternatieven te blijven ontdekken. 

12-18 jaar

Jongeren willen meer en meer zelf beslissen. Vrienden worden alsmaar belangrijker in de keuzes die ze maken. Op deze leeftijd stoppen veel kinderen, vooral meisjes, met sporten. Verschillende oorzaken spelen hier meestal mee. Veel kinderen zijn op deze leeftijd, ook al tonen ze iets anders, onzeker. Hun zelfbeeld krijgt (eventjes) een deuk en ze vertrouwen niet meer in hun eigen mogelijkheden. Bovendien worden tv en computer nog belangrijker waardoor jongeren vaak te veel zitten. Of ze krijgen andere interesses, kunnen (competitiesport) niet meer combineren met schoolwerk en andere hobby’s, …

Je rol als ouder blijft belangrijk. Je gezag laten gelden leidt tot verzet, maar grenzen stellen, bijvoorbeeld rond schermtijd blijft nodig. Blijf het voorbeeld geven. Misschien haken ze dan wel af in de sportclub, er zijn ook voor hen genoeg mogelijkheden om op een andere manier regelmatig te bewegen: naar school fietsen, sport op school en naschoolse sport, met vrienden sporten op het pleintje in de buurt, dansen bij het uitgaan of samen met vriendinnen op de kamer, …

Andere jongeren gaan juist op deze leeftijd erg op in hun sport en de competitie die daar eventueel bij komt kijken. Ook hier willen jongeren zelf hun keuzes maken. Gaan ze volledig voor hun sport ten koste van de school? Een goede planning en afspraken kunnen nuttig zijn. Of maak je je zorgen over hun gezondheid? Jongeren die sporten, hebben voldoende energie nodig. Daarvoor hoeven ze geen speciale sportdrank of –voeding te drinken of eten maar behouden ze best een gezond eetpatroon. Ook daar wil het bij jongeren soms wel eens mislopen. Ze eten soms te veel fastfood en slaan maaltijden over. Blijf met je kind praten als je dit opmerkt.

Gaat je kind juist heel veel sporten, dan doet hij of zij dit soms om af te vallen. Als je dergelijke signalen opmerkt, kan het belangrijk zijn je huisdokter of diëtist hierover aan te spreken.

info_weight: 
1